vrijdag 1 november 2013

Een ergerlijk Nederlands karaktertrekje



Onlangs ben ik begonnen te lezen in een biografie over Generaal Simon Spoor, de in het huidige Nederland nauwelijks bekende Generaal die in Nederlands Indië tevergeefs zijn leven, idealen en geestkracht gegeven heeft voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Wat mij vooral treft in deze biografie, is het wanhopige gevecht dat Generaal Spoor heeft moeten leveren niet met de Indonesiërs tijdens hun onafhankelijkheidsoorlog van augustus 1945 tot december 1949, maar het gevecht dat hij heeft moeten leveren met ‘ Haagsche ‘ politici, die uitblonken in kortzichtig, arrogant, irreëel gedrag tegenover de gerechtvaardigde wensen van de ‘ Inlanders’ in hun streven naar een zekere mate van autonomie binnen het Koninkrijk, een volstrekt gebrek aan inzicht in de veranderende internationale machtsverhoudingen na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog, het ondanks de wereldwijde trend van ' dekolonisatie ' halsstarrig vasthouden aan koloniale opvattingen en een meer dan betreurenswaardige, zeer weifelachtige houding ten opzichte (van de inzet) van de Nederlandse troepen in Nederlands Indië.

Dat het Koninkrijk der Nederlanden door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk klein werd gehouden, haar belangen niet werden gerespecteerd, noch in stand werden gehouden, had Nederland volledig aan zich zelf te wijten: jarenlange bezuinigingen op Defensie, hadden van het eens zo krachtige en trotse Koninklijk Nederlands Indische Leger een papieren tijger gemaakt; het Keizerlijke Japanse Leger had in nauwelijks drie maanden korte metten gemaakt met zowel het KNIL als de Koninklijke Marine in de Oost.
Nederland had na de Oorlog geen recht van spreken meer, haar invloed als koloniale mogendheid was tot minder dan nul gedaald. De grote mogendheden bepaalden hoe de toekomst van Nederlands Indië er zou uit zien.
The winner takes it all.
Nadat de Indonesië een ' kwestie ' werd in de Veiligheidsraad nam de internationale politiek ( USA, VK, India - net onafhankelijk - Australië ) het voortouw om tot een oplossing te komen; de rol van Nederland als koloniale mogendheid was uitgespeeld.
Echter, vòòr de 2e Wereldoorlog toen ' dekolonisatie ' nog niet echt actueel was, was Nederland niet bereid haar belangen in overtuigende mate militair te behartigen en te verdedigen.

Zo ook nu.

Ook nu toont Nederland dezelfde houding, aan onze betrouwbaarheid als loyale bondgenoot van de NAVO wordt getwijfeld, de huidige bezuinigingen op het Defensie budget leiden tot bijna het laagste budget van alle NAVO bondgenoten. De summiere aanpassing in het begrotingsakkoord van vrijdagavond 11 oktober jl. mag in dat opzicht geen naam hebben, als percentage van het BNP besteedt Nederland nog nauwelijks 1% aan Defensie, terwijl de NAVO bondgenoten- inclusief Nederland - zich verbonden hebben aan een percentage van 2.
Dat andere NAVO bondgenoten dezelfde trend vertonen, mag geen excuus zijn.
Het investeringsquotum binnen het Defensie budget is gezakt tot een onheilspellend laag niveau van circa 16%, terwijl een minimale investeringsquote van 20% nodig is om een geloofwaardige krijgsmacht in stand te houden.

Maar er is meer : na de eenzijdige terugtrekking uit Uruzgan - om binnenlandse politieke redenen- en de schoffering van de Secretaris Generaal van de NAVO, heeft Nederland haar gezag en haar invloed aan de gesprektafels binnen de internationale fora volledig verspeeld. Nederland telt als 17e economische en 2e rijkste land van de EU niet meer mee. Wij worden beschouwd als een free rider. Wij hebben het respect verloren, dat ligt niet aan de professionaliteit van onze krijgsmacht, die wordt geroemd binnen de NAVO, dat ligt aan onze huidige politici.

Nog verontrustender is dat het in stand houden van een krachtige krijgsmacht bijzonder laag ' scoort ' onder de Nederlandse bevolking, men heeft geen benul van haar belang, een 2e Kamerlid riep onlangs uit maar liefst een bedrag van € 11 miljard te bezuinigen op ' Defensie' terwijl het gehele budget nauwelijks € 7,5 miljard bedraagt, gelijk aan het bedrag dat in 10 dagen tijd aan gezondheidszorg wordt uitgegeven.
Uit een onlangs gehouden enquête onder de krijgsmacht blijkt dat 95 % van de militairen geen vertrouwen meer heeft in het beleid en de beslissingen van ' politiek ' Den Haag, daardoor 65 % geen vertrouwen meer heeft in de Minister van Defensie, en 50% zegt hun werk niet meer veilig te kunnen doen.
In de afgelopen drie jaar hebben reeds 12.000 voornamelijk hoogst gespecialiseerde militairen vrijwillig de krijgsmacht verlaten, ontslagen in het kader van de bezuinigen hoeven niet meer plaats te vinden.
Wanneer gaan de ogen en oren van politici en het Nederlandse volk eindelijk open ?
Na ruim 70 jaar van betrekkelijke vrede in Europa, is Nederland zelfgenoegzaam in zich zelf gekeerd, - het is nog maar 2 jaar geleden dat de toenmalige minister van Financiën de ' knoflooklanden ' strenge begrotingsdiscipline oplegde - in 2013 behoort Nederland zèlf tot het slechts presterende jongetje van de Europese klas. Grote mond, arrogant, verblind door haar eenzijdige fixatie op het financieringstekort. Overige, minstens zo belangrijke zaken worden daar aan opgeofferd, de houding ten aanzien van Defensie is daar slechts een exponent van, het tekent de heersende mentaliteit onder het huidige parlement en Nederlandse bevolking: een volk verdient de politici die het kiest.
Die kortzichtige en zelfgenoegzame houding komt voort uit dat ergerlijke Nederlandse karaktertrekje : wij slaan ons op de borst dat wij een handelsnatie zijn, door de export ons geld moeten verdienen. Wij zijn kooplieden, willen tegen zo laag mogelijke kosten handel drijven, indien mogelijk voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, de al eeuwenlange Engelse uitdrukking : A Dutch Treat is er niet voor niets.
Deze eenzijdige fixatie op handel en geld, leidt tot afbraak van de zo noodzakelijke andere aandachtsgebieden die een samenleving maken tot een ontwikkelde en zogenaamde ' beschaafde ' samenleving. Deze beschaafde, ontwikkelde samenleving in stand houden op het welvaartsniveau dat Nederland tot voor kort gekend heeft en nog steeds kent, is slechts mogelijk door op internationaal niveau haar belangen te beschermen en uit te dragen. Een krachtige Defensie is daartoe een noodzaak, onze economische belangen en aanvoerlijnen strekken zich uit over de gehele aardbol. Nederland kan zich er niet van afmaken door slechts ' orders ' te halen uit het buitenland, het zal ze gegund worden, vermits Nederland zijn bereidheid toont om ook in militair opzicht een geloofwaardige bijdrage te leveren aan de internationale rechtsorde. Voor wat, hoort wat. Dat doet Nederland veel te weinig, en wie niet horen wil, moet maar voelen.

Blijkbaar heeft Nederland nog niet genoeg gevoeld.

Enige significante voorbeelden van de afgelopen weken :

* de publicatie van de onlangs uitgebrachte Nota van de minister van Defensie :
‘ In het belang van Nederland’, dat een ambitieniveau uitspreekt dat volstrekt in onbalans is met het
  door het Kabinet, Regering en Parlement ter beschikking gestelde budget;
* een volslagen gebrek aan hoorbaar maatschappelijke protest daarover,
* een uiterst teleurstellende vertoning tijdens de recente Hoorzitting in de Tweede Kamer van afgelopen
  week, waarbij de deskundigen zich uitstekend konden gevoelen in de ' kaasschaaf 'methode, terwijl er
  nauwelijks nog kaas over is.

De voorgangers van de huidige Minister van Defensie hebben al telkenmale gewaarschuwd dat Nederland is ' onderverzekerd ', dat de krijgsmacht ' door het ijs is gezakt ' , dat het Defensie budget verhoogd moet worden, deze laatste uitspraak was overigens van de huidige voorzitter van de 2e Kamer fractie van de VVD.
Hij werd daags na zijn uitspraak door het gehele parlement weggehoond.
Dit ergerlijke Nederlandse karaktertrekje, daar gaat Nederland vroeg of laat aan ten onder.
Een natie kan niet voortbestaan op geld en profijt alleen, zij zal haar verplichtingen en verantwoordelijkheden naar draagkracht in de wereld moeten nemen wil zij een invloedrijke rol blijven innemen in de wereldgemeenschap en daarmede onze economische welvaart voor ons nageslacht kunnen blijven verzekeren.

Ton Welter

dinsdag 29 oktober 2013

Persbericht van Koninklijk Instituut Van Ingenieurs 29 oktober 2013



DEN HAAG – 29 oktober 2013



Technische kennis van levensbelang voor Defensie

Bij defensie is techniek vaak letterlijk van levensbelang. Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen, intensieve samenwerking en behoud van kennis en kwaliteit is daarom cruciaal, aldus de Afdeling Defensie en Veiligheid van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA, in reactie op de Defensienota In het belang van Nederland.

De defensienota vraagt om méér defensie-inspanningen, maar de huidige plannen voldoen daar nu niet aan. De minister zou daarom moeten aangeven wat er bovenop de gemaakte keuzes nodig is en een herstelplan moeten maken. Daarbij is een andere visie op het investeringspercentage nodig, want de kostenbalans verandert snel. Vooral door technologische vernieuwingen.

Het criterium ‘kopen van de plank’ heeft gevolgen, want materieel komt niet vanzelf op de plank. Daar is kennis en geld voor nodig en de Nederlandse defensie gerelateerde industrie is niet ingericht op andere financiering dan via de overheid. Daarnaast veroorzaakt dit beleid een verder verlies van technische kennis bij Defensie. Daardoor zal de organisatie niet meer in voldoende mate technische producten kunnen beoordelen en voortgang van projecten kunnen evalueren. Gevolg is een groot risico op mislukte projecten en kostenoverschrijdingen.
Bij investeringen is het van groot economisch en wetenschappelijk belang dat het potentieel aan zeer geavanceerde, Nederlandse, technologie effectief wordt ingezet. Nederland is goed in radarsystemen, besturingselektronica en geavanceerde communicatie, wapen- en trainingssystemen. Die expertise moeten we gezamenlijk in stand houden, bijvoorbeeld om risico’s voor militairen te beperken. Ook kunnen, door deze kennis slim in te zetten, nieuwe exportproducten worden ontwikkeld.
Internationale samenwerking is volgens de nota “een pure noodzaak”. Daarbij zet Defensie echter vooral in op ad-hoc samenwerking bij projecten, terwijl materieelsamenwerking via NAVO en EDA nauwelijks wordt genoemd. Een gemiste kans om de krachten in Europa structureel verder te bundelen.



Meer informatie over het commentaar van de afdeling Defensie en Veiligheid van KIVI NIRIA vindt u op http://www.kiviniria.nl/dv.

Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA is de beroepsvereniging van ingenieurs. Dit netwerk biedt mogelijkheden om kennis te ontwikkelen en te delen met andere professionals. Het uitdragen van het belang van techniek in de samenleving is ook een van de speerpunten van KIVI NIRIA.

Noot voor de redactie: Voor meer informatie kunt u terecht bij: Jan Wind via dv@kiviniria.nl of tel. T: 071-711 3973 of M: 06-2350 2003.

zondag 27 oktober 2013

Keeping up appearances in Mali



Kabinet wil internationaal krediet verdienen met een failliete militaire boedel

Daar gaan we weer, naar Mali dit keer. Om aan te tonen dat de Nederlandse krijgsmacht nog steeds op het hoogste geweldsniveau kan opereren, worden dit keer militairen van het Korps Commando Troepen (KCT) uitgezonden. Fitte kerels, die niet veel nodig hebben, die niet zo gauw piepen als er iemand sneuvelt, er te weinig te eten of munitie is, daar zijn ze immers voor getraind, die graag een zware missie klaren.

Een beter rookgordijn om de effecten van de bezuinigingen op Defensie te maskeren is er nauwelijks. Commando's staan bekend om hun can do mentaliteit. Maar nu wordt iets dat hen siert, misbruikt voor politieke doeleinden. Op het schaakbord van de internationale betrekkingen zijn ook commando's maar pionnen, die recht moeten breien wat opeenvolgende kabinetten aan geloofwaardigheid binnen de NAVO en de EU hebben kapot gemaakt.

Dat onze krijgsmacht inmiddels tot de kleinste en minst gefinancierde in de ' beschaafde ' wereld behoort, weten onze bondgenoten maar al te goed. En dat Nederland graag voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten als het om internationale medezeggenschap gaat, eveneens.
Vanaf de Val van de Muur stond Nederland vooraan om het ' vredesdividend ' te incasseren en in te zetten voor sociale vernieuwing. Nota bene, terwijl ons land binnen het bondgenootschap nu niet bepaald vooraan heeft gestaan om dat vredesdividend mogelijk te maken. Maar er stond iets tegenover: onze krijgsmacht werd hervormd tot een professionelere, inzetbare organisatie, die na de harde les van Srebrenica, zijn sporen zou verdienen in tal van buitenlandse missies.

Inmiddels kan onze krijgsmacht als geheel niet zo veel sporen meer verdienen. Sinds 2000 is het mes zo diep in de capaciteiten van de krijgsmacht gezet, met als absoluut dieptepunt de huidige bezuinigingsronde, dat de basiscapaciteiten beneden alle peil zijn en nichecapaciteiten zoals het Korps Commando Troepen, de enige zijn waarmee Nederland nog een beetje goede sier kan maken.
De commandant van het KCT staat ongetwijfeld te juichen dat 'zijn' Korps mag laten zien wat het waard is. Maar hij zal zich ook zorgen maken. Het KCT betrok zijn operators uit reguliere gevechtseenheden van de Koninklijke Landmacht.
Nu er van de reguliere gevechtseenheden van de KL niet meer over is dan zeven bataljons - welgeteld zijn dat ongeveer 5.000 militairen- is de spoeling waaruit geworven kan worden wel heel erg dun.

Noodgedwongen mogen burgers nu weer een gooi doen naar de Groene Baret, met nog hogere uitvalpercentages en veel hogere selectie- en opleidingskosten als gevolg. En die zullen – uiteraard – weer budget neutraal moeten worden opgelost, zodat ditmaal het KCT zich van binnenuit mag opvreten. De bezuinigingsorgie houdt pas op, als ook het vaandel van het KCT in het Infanteriemuseum in de Harskamp kan worden bijgezet.

Hoe dit alles ' In het Belang van Nederland ' is, moeten de minister en het kabinet mij nog maar eens uitleggen. Blijkbaar moet alles wijken voor de hogere boekhoudkunde van het CBP, het kabinet en de heer Rehn. Helaas voor de tienduizenden militairen die de afgelopen jaren hun leven waagden en werden beloond met hun congé, bevatten de modellen van deze bonentellers geen enkele variabele genaamd ' fysieke veiligheid ' , laat staan ' internationaal aanzien.'

Hoe een handelsnatie zijn krijgsmacht tot de laatste druppel uitknijpt om de schijn hoog te houden. Rutte, Samson en Dijsselbloem als Miss Bucket, uit Keeping up appearances, de Commandant der Strijdkrachten als haar weinig benijdenswaardige echtgenoot Richard en onze armetierige krijgsmacht als de familieleden uit de achterbuurt, die angstvallig aan het zicht onttrokken wordt door het raffinement van the lady of the house.

De lijfspreuk van het KCT luidt: Nunc uat nunquam (Nu of Nooit). Nu is het moment om het kabinet, het parlement en de bevolking te tonen, hoe uitgehold de krijgsmacht achter de politieke façade is. Dat is minstens zo moedig, als hetgeen kapitein Kroon (MWO) in Afghanistan heeft verricht. Alleen wordt dergelijke moed niet beloond met een Militaire Willemsorde, hooguit met een gedwongen ontslag of functioneren onder een politiek vergrootglas. Maar alles beter, dan de algehele teloorgang van onze krijgsmacht en uiteindelijk dus ook het Korps Commando Troepen.



drs. P.P. De Waal



maandag 23 september 2013

Nederland houdt een krijgsmacht over voor Madurodam (NRC 23 september 2013)



Minister van Defensie mevrouw Hennis-Plasschaert zou met een toekomstvisie voor Defensie komen; zij kreeg van dit kabinet daar de ruimte niet voor. Dit kabinet is slechts gefixeerd op de 3% norm.
Haar ‘visie’ werd een ‘nota’, ingekaderd door spreadsheets opgelegd door de Minister van Financiën en onder curatele van de Algemene Rekenkamer.

Dit kabinet weigert in te zien dat externe veiligheid een conditio sine qua non is voor onze economie. Wie zijn eigen territorium en economische infrastructuur niet kan beveiligen, wordt vroeg of laat doelwit voor externe partijen die ons land niet goed gezind zijn. Wie daarvoor rekent op hulp van bondgenoten, die – in tegenstelling tot ons land – meer naar vermogen bijdragen aan de capaciteiten van de NAVO - misrekent zich. In allianties is er geen respect voor landen die de vruchten van een bondgenootschap willen plukken maar niet de lasten willen dragen.

Als de plannen van het vorige en het huidige kabinet voltooid zijn, heeft Nederland een krijgsmacht van Madurodam-achtige proporties, niet in staat ons land tegen een beetje serieuze bedreiging te beschermen. Een wezenlijke bijdrage aan de NAVO is al helemaal uit den boze.
In de nota wordt geconstateerd dat de veiligheidsomgeving uiterst onzeker is en dat ons land daarom een veelzijdige en capabele krijgsmacht nodig heeft. Je kunt maar beter op alles voorbereid zijn. 
Dit kabinet doet echter anders.
Het kabinet rekent erop, dat crisishaarden aan de grenzen van de Europese Unie en de NAVO geen effect zullen hebben op onze veiligheid en dat – als de vlam in de pan slaat – ons land dan een beroep kan doen op de NAVO partners. Het onderliggende beginsel van de alliantie is echter gebaseerd op burden sharing: ieder doet zijn deel op basis van 2% van zijn Bruto Nationaal Produkt.

' Waar zijn de bedreigingen voor ons land? ' wordt al te vaak gehoord in ons land. Hoe kortzichtig.
Ten eerste getuigt de nadruk op ' ons land ' van weinig realiteitszin. Onze veiligheid is zo verweven met die van onze Europese bondgenoten, dat het niet de bedreiging betreft van 'ons land’ maar van het gehele NAVO gebied binnen Europa.
In de tweede plaats kunnen bedreigingen zich out of the blue manifesteren, vooral als ze onder de radar van de inlichtingendiensten tot ontwikkeling komen en miskend worden door politieke en ambtelijke leiders. 11 September 2001 was wat dat betreft een eye opener. Aan de randen van Europa sluimeren zoveel conflicten met potentieel grote gevolgen, dat het verder ontmantelen van onze krijgsmacht van ronduit onverantwoordelijk gedrag getuigt.

Inderdaad, ontmantelen. Onze krijgsmacht heeft geen betekenis meer. Wie ziet wat Nederland nog in het veld, op zee en in de lucht kan brengen zal beseffen dat Nederland niet eens in staat is om een operatie zoals in Uruzgan langdurig uit te voeren. Dat was in absolute termen niet eens zo'n grote operatie. Zelfs die operatie van 1400 militairen, gedurende vier jaar, heeft Defensie financieel eigenlijk de das omgedaan.
Moet Nederland als lakei van Amerika overal ter wereld branden blussen en bommen gooien? Nee.
Amerika heeft geleerd van haar expedities in Irak, Afghanistan en het Europese avontuur in Libië: miljarden verslindende operaties die niet het beoogde strategische doel hebben gerealiseerd. Vandaar de terughoudendheid van Amerika in Syrië en de opluchting over het plan van Rusland. Daarmee is niet gezegd, dat Nederland in het kielzog van sommige Navo bondgenoten mee moet doen met het verder aftakelen van het Europese militaire handelingsvermogen.
Europa moet een financiële, existentiële crisis oplossen, terecht wordt daar prioriteit aan gegeven. 
Dat houdt niet in, dat het ene financiële gat gevuld kan worden door op de externe veiligheid een ander gapend gat te laten ontstaan.

Kabinet ken uw geschiedenis! Het herbouwen van een krijgsmacht is vele malen duurder dan de afbraak ervan oplevert. Dat heeft 1940 bewezen.
Echter, een krijgsmacht met overtuigend afschrikkingseffect en aantoonbare inzetbaarheid hebben Nederland en Europa al lang niet meer. Boven Libië kon Europa niet zijn eigen broek ophouden en moest bij Amerika aankloppen.
De Franse interventie in Mali toont wederom aan, hoe dun gezaaid de Europese capaciteiten zijn om snel en effectief op te treden. Nederland bewijst zichzelf, Europa en de NAVO geen dienst, door nog eens het mes in de krijgsmacht te zetten.

De minister stelde in de Volkskrant van afgelopen woensdag; 'We staan nu op wel heel dun ijs’.
Nee, 'we' zijn er onder het vorige kabinet al doorheen gezakt; de huidige plannen zorgen er voor dat de drenkeling de weg naar het wak niet meer terug zal vinden.
De vraag die door ons hoofd spookt: kan het anders? Jazeker. Ook de krijgsmacht kan hervormd worden, zodanig dat de problematiek van te hoge personeelslasten, te hoge kosten voor materiële exploitatie, waardevermindering van het vastgoed, structureel worden opgelost. Dat vereist visie en daadkracht. Dit kabinet is niet van de visies, al helemaal niet van analyse en beleid. Er is maar één instrument: bezuinigen, afstoten, ontslaan en opheffen.

Dat kunnen alle politieke partijen zich aanrekenen. Het niveau van de politici in het algemeen getuigt van weinig kennis op het terrein van Defensie en gebrek aan ruggegraat : An army of lions led by donkeys.

Peter Paul de Waal, bestuurskundige
Ko Kroesen, oud Luchtmachtofficier
Ton Welter, oud marineofficier

vrijdag 13 september 2013

Artikel in Dagblad Trouw van Generaal Majoor b.d. Jhr H. de Jonge bestuurslid GOV/MHB van 9 september 2013



De minister van Defensie heeft een steeds groter wordend probleem. Toen zij eind 2012 aantrad had Defensie een onafgebroken periode van tweeëntwintig jaar van bezuinigen achter de rug: élk jaar minder te besteden. Haar voorganger minister Hans Hillen had in het kabinet Rutte 1 aangegeven dat “Defensie door het ijs is gezakt” en dat het klaar moest zijn met bezuinigingen op Defensie. Het defensiepersoneel constateert tegelijkertijd dat in diezelfde periode sommige andere departementen budgettair gigantisch zijn gegroeid, dan wel zonder repercussies en zonder schaamte hun budget enorm overschreden hebben. Het personeel ziet met lede ogen aan dat elke nieuwe kaalslag, in 2011 maar liefst 1 miljard, wordt verkocht als een verbetering. Van hen wordt iedere keer verwacht zichzelf weg te cijferen en met de veel geroemde can do mentaliteit hetzelfde werk te blijven doen met veel minder mensen. Zo langzamerhand een volkomen onwerkbare situatie.

De minister weet dus dat het defensiepersoneel, waarvoor zij telkenmale zegt zo’n bewondering te hebben, geen vertrouwen meer heeft in de (politieke) leiding van haar departement . Wanneer wij ons verder realiseren dat de opdrachten die militairen krijgen bijna altijd het optreden in buitengewone omstandigheden betreffen, waarbij anders dan bij overige overheidsdiensten bij militairen de opdracht boven de eigen veiligheid gaat, dan is vertrouwen in de politieke-, en militaire leiding van levensbelang.

De minister als politiek leider van het departement moet dan natuurlijk wel investeren in die vertrouwensband met haar personeel. Dat deed zij bij haar aantreden toen ze meldde dat het nu uit moest zijn met het snijden in de operationele eenheden. Wrang is dus dat we nu kennelijk opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden. Natuurlijk konden we dit zien aankomen, immers de minister meldde al in mei van dit jaar dat, boven op de  € 1 miljard uit 2011, nu nogmaals € 330 miljoen moest worden ingeleverd. 
Dan hoef je geen strategische tijger te zijn om te beseffen dat die reducties, binnen de reeds uitgemergelde krijgsmacht, eenvoudig kunnen worden ingekopt door operationele eenheden op te heffen en het personeel te laten afvloeien. Voor dit laatste hoeft zij niet eens haar best te doen, het personeel houdt het voor gezien en loopt vanzelf weg.

De wijze waarop invulling gegeven wordt aan de bezuinigingen getuigt niet van een visie. Het is gewoon strepen tot de boekhouder tevreden is gesteld, zonder je al te veel af te vragen in hoeverre je nu nog de gewenste samenhang in je krijgsmacht overeind kan houden. Er zijn meer en andere creatieve oplossingen te bedenken, maar die zijn kennelijk niet aan de minister vanuit haar staf aangereikt. 
Wat blijkt nu verder van die voorgenomen maatregelen? Niet alleen een gloednieuw peperduur marineschip, de Zr. Ms. Karel Doorman, waar grote en eerder politiek geaccordeerde behoefte aan was, wordt verkocht, maar bij de Koninklijke Landmacht worden kennelijk ook gloednieuwe pantservoertuigen, de CV90,  in de verkoop gedaan. Die CV90 is een uiterst modern network enabled-system,  dat geldt als een niche binnen de NAVO. Ook deze zijn bijna afgeleverd, maar kunnen nu onmiddellijk in de verkoop voor een fractie van de aanschafwaarde.

Het op deze wijze van de hand doen van systemen, het laten verdampen van overheidsgeld, laat zien dat opeenvolgende kabinetten Defensie als een bezuinigingspost hebben beschouwd. Er is geen visie, de politiek heeft klaarblijkelijk geen idee waar het met de krijgsmacht naar toe wil. Het personeel roept al jaren om een richting. Sinds afgelopen maandagavond mag dit binnen VVD-kringen geen visie meer worden genoemd, hetgeen echter de minister van Defensie niet zou moeten weerhouden haar personeel te vertellen waar zij nu eigenlijk naar toe wil. En dat moet dan méér dan louter boekhouden zijn.

Wat het defensiepersoneel nodig heeft is een stip op de horizon, waarbij van de minister wordt verwacht om politieke moed te tonen en die stip verder weg te leggen dan alleen haar eigen regeerperiode. Daarvoor heeft ze steun nodig van andere bewindslieden en van de regeringspartijen. 
Zij zal ook met de Tweede Kamer in overleg moeten om draagvlak voor haar ambitie te krijgen, en dan niet alleen maar te spreken over wat wij gisteren en vandaag kunnen betalen. Daarvoor is ze nu juist politica. Ambitie, dat is wat Defensie nodig heeft en stoppen met zwalken. Onze minister heeft geen keus: zij moet rond Prinsjesdag zo’n ambitie laten zien, zo’n stip op de horizon.

Alleen dan kan ze het griezelige lage, bovendien verder afnemende, vertrouwen van het personeel, dat zij zo looft, ombuigen in een sfeer van ambitie en vooruitzicht. Alleen dan gelooft het defensiepersoneel weer in de politieke leiding en is het misschien bereid om bij Defensie werkzaam te blijven.

J.H. de Jonge

GOV/MHB. Gezamelijke Officieren Verenigingen/Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie.

dinsdag 25 juni 2013

Onze wegbezuinigde krijgsmacht is tot bijna niets meer in staat ( NRC 18 juni 2013 )




 Het gevaar van een existentiële en economische crisis is dat veel zaken onbelangrijk lijken. Een parlementaire democratie geconfronteerd met zo'n crisis houdt zich uitsluitend bezig met haar bestaanszekerheid, Cash is King. De toekomst is ver weg, het gaat om het hier en nu.
Onze democratie heeft daarnaast te maken met de waan van de dag op de paar vierkante kilometers rondom het Binnenhof. Daar worden vooral politieke problemen imaginair opgelost – het land moet geregeerd worden – urgente maatschappelijke vraagstukken worden vooruit geschoven. Pers en politici houden elkaar in een verstikkende wurggreep in hun strijd om de kiezers. Alles dat zich buiten Den Haag afspeelt, verliest aan politieke relevantie evenredig aan de afstand tot het Haagse epicentrum.

Een politiek systeem behoort echter meer te doen dan slechts reageren. Juist in de huidige crisis dient de vraag gesteld te worden, of er geen besluiten genomen worden waar men later spijt van krijgt. Het gaat immers om het collectieve belang èn om het voortbestaan van de natie op langere termijn. In een parlementaire democratie dient structureel ruimte gecreëerd te worden voor reflectie om ondoordachte dadendrang binnen de perken te houden.
Het optreden van de huidige Tweede Kamer en kabinet getuigt van een eenzijdige preoccupatie met de overheidsfinanciën. Aandacht daarvoor is terecht, een hoog financieringstekort én hoge staatsschuld zijn ontegenzeggelijk nadelig voor de economische gezondheid van ons land op langere termijn.

Wii zien echter dat de Tweede Kamer en het kabinet het financieringstekort dempen door op andere terreinen ernstige tekorten te laten ontstaan, gedreven door hun eenzijdige gerichtheid op de heilige
3%-norm. Dit bezuinigingsautomatisme is een zich self fullfiling, oncontroleerbaar proces geworden, dat zich kenmerkt door de drang snel maatregelen te nemen én een volkomen gebrek aan inzicht in oorzaak en gevolg. Van een afgewogen beleid, monitoring en evaluatie is geen sprake meer. Lange termijn is niet aan de orde, toekomstgerichtheid al helemaal niet. Regeren is verworden tot een repetitief proces: bezuinigen, tegenvallende resultaten, nog meer bezuinigen. Dit proces stopt pas als er niets meer te bezuinigen valt.

Een schrikbarend voorbeeld daarvan is de huidige toestand van onze krijgsmacht. Die is sinds mei 1940 niet zo belabberd geweest. Velen zullen echter de inmiddels salonfähige waarheid-als-een-koe aanhangen: “Wat moet een klein land als het onze met zo'n grote, dure krijgsmacht?”

Dat zijn twee onjuistheden in één zin.

Ons land is weliswaar in inwonertal en oppervlakte klein, maar in economische termen juist groot. Nederland is de 9e exportnatie ter wereld, 16e economie ter wereld en de derde investeerder wereldwijd. Onze krijgsmacht daarentegen is niet groot, noch duur; zij staat in geen enkele verhouding tot de hoogte van ons BNP én de wereldwijde economische belangen die wij voor het behoud van onze welvaart dienen te beschermen. Onze krijgsmacht is inmiddels zo weg bezuinigd, dat hij tot bijna niets meer in staat is.
Er staan geen vijandelijke hordes voor onze landsgrenzen, dat is juist. Aan de grenzen van de NAVO - zie Turkije- nemen echter geweld en oorlogsdreiging met de dag toe.
Dààr liggen onze grenzen. Veiligheidsanalyses van internationale gezaghebbende onderzoeksinstituten tonen aan, dat de wereldwijde veiligheidssituatie in hoge mate door onvoorspelbaarheid wordt beheerst.

Nederland sluit zijn ogen hiervoor door gebrek aan realiteitszin.

Een aantal zich nu aftekenende dreigingen voor Nederland op een rij :
- èèn Iraanse onderzeeër in de Straat van Hormuz blokkeert de olietoevoer naar Europa en vormt daardoor een directe bedreiging voor het voortbestaan van Nederlands’ economie en welvaart,
- èèn ballistische raket afgevuurd door Hezbollah op Turkije brengt Turkije en daarmede de NAVO en Nederland in staat van oorlog,
- èèn van de door Rusland onlangs geleverde ballistische raketten aan Syrië, afgevuurd op de Golan hoogte, zal Israël niet onbeantwoord laten. NAVO bondgenoot Amerika zal Israël niet in de kou laten staan, daarmede dreigt een rechtsreeks militair conflict tussen Rusland en de NAVO,
- èèn bombardement door Israël op de Iraanse nucleaire installaties zal tot een onvoorspelbare
militaire explosie kunnen leiden in het Midden Oosten waarin de NAVO kan worden betrokken,
- de wapenwedloop in het Verre Oosten leidt daar tot toenemende militaire spanningen, blokkade door de Chinese marine van de sealanes naar Europa, zal de Nederlandse economische belangen op zijn minst ernstig kunnen schaden.

Door de deplorabele staat van zijn krijgsmacht is Nederland niet in staat aan de NAVO een krachtige bijdrage te leveren om aan deze dreigingen het hoofd te bieden.
De bezuinigingen op Defensie gedurende de laatste twee decennia zullen zich vertalen in een veiligheidstekort van vele tientallen miljarden Euro's in de nabije toekomst en brengt onze welvaart in gevaar.
Als deze crisis iets duidelijk maakt, is dat de reflexmatige, ondoordachte bezuinigen uit het verleden een garantie bieden op rampen in de toekomst. Regeren is vooruitzien.

Ton Welter, oud officier der Koninklijke Marine en ondernemer

Drs. P.P. De Waal, bestuurskundige

vrijdag 7 juni 2013

Reflexmatig handelen teistert onze parlementaire democratie



Een nadeel van een existentiële en economische crisis als de huidige is, dat ineens heel veel zaken volslagen onbelangrijk lijken. Een parlementaire democratie die met zo'n crisis wordt geconfronteerd heeft als groot nadeel, dat kiezers en achterbannen zich om weinig anders meer druk maken, dan hun bestaanszekerheid. De toekomst lijkt tijdens zo’n crisis heel ver weg en van later zorg. Het gaat om het hier en nu, hoe mensen en bedrijven het hoofd financieel boven water kunnen houden.


Onze democratie heeft daarnaast te maken met een ander fundamenteel nadeel: de waan van de dag op de paar vierkante kilometers rondom het Binnenhof. Daar worden vooral politieke problemen imaginair opgelost – het land moet geregeerd worden – maar veel urgente maatschappelijke vraagstukken bungelen er een beetje bij. Pers en politici houden elkaar in een verstikkende wurggreep in hun strijd om de kiezers en het publiek, de kijkers en de lezers. Alles dat zich buiten Den Haag afspeelt, verliest aan politieke relevantie evenredig aan de afstand tot het Haagse epicentrum.

Het is een begrijpelijke reflex. Iemand, wiens huis in brand staat, zal zich op dat moment niet afvragen of zijn verzekering wel alle schade dekt en of de brandweer wel op tijd zal zijn. Hij of zij handelt instinctief en uit puur lijfsbehoud en redt wat er te redden valt.
Een politiek systeem moet echter meer doen dan slechts reageren. Juist in de huidige crisis dient de vraag gesteld te worden, of er geen besluiten genomen worden waar men later spijt van krijgt. Het gaat namelijk om het collectieve belang èn om het voortbestaan van de natie op langere termijn. Een politiek systeem dat zich uitsluitend op het hier en nu concentreert, loopt het risico van de ene crisis naar de andere te hollen. Het is daarom verstandig dat er in een parlementaire democratie structureel ruimte gecreëerd wordt voor reflectie, juist om reflexmatige dadendrang binnen de perken te houden.

Een goed voorbeeld van deze wijze van optreden door de Tweede Kamer en het kabinet is de eenzijdige preoccupatie met de overheidsfinanciën. Op zich is de aandacht daarvoor volledig op zijn plaats. Een hoog financieringstekort en een hoge staatsschuld zijn ontegenzeggelijk nadelig voor de economische gezondheid van ons land op langere termijn.
Wij zien echter dat de Tweede Kamer en het kabinet het huidige financieringstekort dempen, door op andere terreinen ernstige tekorten te laten ontstaan, gedreven door hun eenzijdige gerichtheid op de heilige 3%-norm. De gezondheidszorg wordt niet hervormd maar domweg afgebroken. Een gedegen analyse van de oorzaken van de torenhoge zorgkosten wordt niet gemaakt. De zorgconsument (voorheen de patiënt), de vergrijzing en de toenemende levensverwachting worden als boosdoeners beschouwd. De reflex dicteert dan, dat de stijgende kosten aan de patiënt moeten worden doorberekend, de polissen moeten worden versoberd en het eigen risico moet worden verhoogd. Als hij of zij zo gebrekkig wordt dat langdurige zorg onvermijdbaar is, zal hij/zij op liefdadigheid aangewezen zijn. Waarmee de afbraak van onze sociale welvaartsstaat een feit is geworden.

Dit bezuinigingsautomatisme is een ontembaar, onstuitbaar, oncontroleerbaar, zelfstandig proces geworden, door de hier eerder genoemde financiële preoccupatie. Nu al staat vast dat dit politieke automatisme de behoefte aan zorg niet zal terugdringen en dat de kosten daardoor niet binnen de perken gehouden zullen worden. De kosten worden verplaatst: van de Staat naar de particulier.
Maar de Staat kan niet van een kale kip plukken. De burger betaalt òf voor zijn eigen zorg òf draagt belastingen af, maar beiden tegelijk brengt de financiële zelfstandigheid van de burger in gevaar. Waar de Staat de burger behoort te dienen, worden de rollen omgedraaid en is de burger horig aan de staatskas. Karl Marx zou zich lachend in zijn graf omdraaien.

Het karakter van de huidige reflexmatige manier van politiek bedrijven kenmerkt zich door een volkomen gebrek aan inzicht in oorzaak en gevolg en een enorme drang om snel maatregelen te nemen. Maatregelen, die zich in gunstige financiële resultaten op de korte termijn laten uitdrukken.
Er is geen sprake meer van afgewogen beleid, monitoring en evaluatie. Lange termijn is niet aan de orde, toekomstgerichtheid al helemaal niet. Regeren is een repetitief metier geworden: bezuinigen, tegenvallende resultaten, nog meer bezuinigen. Dit proces stopt pas als er niets meer te bezuinigen valt.
Daarmee lijken de overheidsfinanciën op orde, maar enige reflectie op de maatschappelijke tekorten die op deze wijze ontstaan is niet aanwezig.

Een schrikbarend voorbeeld daarvan is de huidige toestand van onze krijgsmacht. Die is sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog niet zo belabberd geweest. Nu zullen velen de inmiddels salonfähige waarheid-als-een-koe nazeggen: “Wat moet een klein land als het onze met zo'n grote, dure krijgsmacht?” Dat zijn twee feitelijke onjuistheden in één zin.
Ons land is alleen in termen van inwonertal en oppervlakte klein, maar in economische termen juist groot. Nederland is de 9e exportnatie ter wereld, 16e economie ter wereld en de derde investeerder wereldwijd. Onze krijgsmacht daarentegen is noch groot, noch duur; zij staat in geen enkele verhouding tot de hoogte van ons BNP en de wereldwijde belangen, die wij als natie dienen te beschermen. Hij is inmiddels zo uitgekleed en ineen geschrompeld, dat hij tot bijna niets meer in staat is.
Er staan geen vijandelijke hordes voor onze landsgrenzen, dat is juist. Aan de grenzen van de NAVO nemen geweld en instabiliteit daarentegen met de dag toe. En dàt zijn uiteindelijk onze grenzen. Veiligheidsanalyses van internationale gezaghebbende onderzoeksinstituten tonen aan, dat de mondiale veiligheidssituatie in hoge mate door onvoorspelbaarheid wordt beheerst. Met name de ontwikkeling van de politieke-, en militaire situatie aan de grenzen van de NAVO in het Middellandse zee gebied is uiterst ongewis.
De al maar voortdurende ontmanteling van de capaciteiten van krijgsmachten door Europese NAVO-bondgenoten is in dat licht onverantwoordelijk en getuigt van gebrek aan realiteitszin.

Defensie scoort in deze tijd van acute crisis zeer laag op de publieke en politieke prioriteitenlijst. Nederland loopt hierin door zijn gebrek aan realiteitszin voorop. Het gevolg is, dat de militaire navelstreng met de VS op knappen staat en dat Europa niet in staat is zelfstandig op te treden bij een nieuwe situatie zoals onlangs in Libië, waar zonder ondersteuning van onze Amerikaanse bondgenoot de afloop van deze burgeroorlog wel eens geheel anders had kunnen eindigen.
Je hoeft beslist geen doemdenker te zijn, om in te zien dat de opbrengsten van de bezuinigingen van de afgelopen jaren zich zullen vertalen in een veiligheidstekort van vele tientallen miljarden Euro's in de niet al te verre toekomst.

Voor veel andere beleidsterreinen geldt een soortgelijk tekort. Door een te grote preoccupatie met de huidige overheidsfinanciën, worden er tal van toekomstige maatschappelijke problemen gecreëerd, waarbij de rentepost op aflossingen van de staatsschuld zullen verbleken. Het argument van dit en voorgaande kabinetten, dat wij onze nakomelingen niet met een torenhoge staatsschuld mogen opzadelen, betekent blijkbaar niet dat wij ze wèl met andere problemen kunnen opschepen.

Het kan en moet anders.

Verreweg de grootste collectieve uitgaven gaan naar de gezondheidszorg, c.a. 90 miljard Euro.
Hoe kan het, dat die uitgaven iedere vier jaar met c.a. 10% stijgen? Is dat nu echt een kwestie van de vergrijzing en de als maar toenemende vraag naar gezondheidszorg? Als dat zo is, waarom hebben landen met vergelijkbare demografische ontwikkelingen dan minder last van enorme kostenstijgingen en is de kwaliteit van de zorg daar vaak zoveel beter?
Daargelaten het rapport van oud Minister Klink van Gezondheidszorg dat vorig jaar een jaarlijkse verspilling binnen de gezondheidszorg van € 8 miljard heeft aangetoond, naast de vele fraude zaken binnen deze sector die de laatste weken herhaaldelijk aan het licht komen.
Hoe kan het zijn dat de zorgverzekeraars over 2012 gezamenlijk 1,5 miljard Euro aan winst opstreken, dat farmaceutische bedrijven veel meer geld uitgeven aan PR en marketing dan aan product ontwikkeling? Waarom worden er tientallen miljoenen Euro's beschikbaar gesteld voor fusies, reorganisaties en prestigieuze gebouwen, terwijl er steeds minder “handen aan het bed” zijn?
Heeft ‘Den Haag’ wel serieus doorgerekend, of de introductie van de marktwerking in de zorg inderdaad zo'n heilzaam effect heeft op de kostenontwikkeling? Zijn de modellen van het CPB, die dat uitwijzen wel eens grondig op realiteitswaarde beoordeeld?

Dergelijke vragen kunnen we ook loslaten op de privatisering van de NS, nutsbedrijven, de deregulering in de bankensector, het onderwijsbeleid, enz. Voorwaarde is dan wel, dat we een politiek systeem nodig hebben, dat (a) geïnteresseerd is in de antwoorden op dergelijke vragen en (b) ook de tijd neemt voor reflectie. Feit is echter, dat politici, ambtenaren, media en publiek elkaar deze tijd niet gunnen. Vandaar de hoge mate van reflexmatigheid en een enorm gebrek aan beleidseffectiviteit op de langere termijn.

Als deze crisis ons iets duidelijk maakt, is dat reflexen uit het verleden een garantie bieden op rampen in de toekomst. Regeren is vooruitzien. En niet alleen in partijpolitiek of in financieel-economisch opzicht, dat is bijziendheid. Een vooruitziend landsbestuur zou zich moeten bevrijden van het verlangen naar eenvoudige, instant oplossingen, zou het onmiddellijk reageren op de waan van de dag van zich moeten afschudden en weer moeten gaan nadenken.

Wij zijn ervan overtuigd dat ons landsbestuur dan intelligenter om zal gaan met de grote, collectieve vraagstukken waar de huidige crisis en toekomstige crises Nederland voor zal stellen.

Ton Welter, oud officier der Koninklijke Marine en ondernemer

Drs. P.P. De Waal, bestuurskundige