maandag 23 september 2013

Nederland houdt een krijgsmacht over voor Madurodam (NRC 23 september 2013)



Minister van Defensie mevrouw Hennis-Plasschaert zou met een toekomstvisie voor Defensie komen; zij kreeg van dit kabinet daar de ruimte niet voor. Dit kabinet is slechts gefixeerd op de 3% norm.
Haar ‘visie’ werd een ‘nota’, ingekaderd door spreadsheets opgelegd door de Minister van Financiën en onder curatele van de Algemene Rekenkamer.

Dit kabinet weigert in te zien dat externe veiligheid een conditio sine qua non is voor onze economie. Wie zijn eigen territorium en economische infrastructuur niet kan beveiligen, wordt vroeg of laat doelwit voor externe partijen die ons land niet goed gezind zijn. Wie daarvoor rekent op hulp van bondgenoten, die – in tegenstelling tot ons land – meer naar vermogen bijdragen aan de capaciteiten van de NAVO - misrekent zich. In allianties is er geen respect voor landen die de vruchten van een bondgenootschap willen plukken maar niet de lasten willen dragen.

Als de plannen van het vorige en het huidige kabinet voltooid zijn, heeft Nederland een krijgsmacht van Madurodam-achtige proporties, niet in staat ons land tegen een beetje serieuze bedreiging te beschermen. Een wezenlijke bijdrage aan de NAVO is al helemaal uit den boze.
In de nota wordt geconstateerd dat de veiligheidsomgeving uiterst onzeker is en dat ons land daarom een veelzijdige en capabele krijgsmacht nodig heeft. Je kunt maar beter op alles voorbereid zijn. 
Dit kabinet doet echter anders.
Het kabinet rekent erop, dat crisishaarden aan de grenzen van de Europese Unie en de NAVO geen effect zullen hebben op onze veiligheid en dat – als de vlam in de pan slaat – ons land dan een beroep kan doen op de NAVO partners. Het onderliggende beginsel van de alliantie is echter gebaseerd op burden sharing: ieder doet zijn deel op basis van 2% van zijn Bruto Nationaal Produkt.

' Waar zijn de bedreigingen voor ons land? ' wordt al te vaak gehoord in ons land. Hoe kortzichtig.
Ten eerste getuigt de nadruk op ' ons land ' van weinig realiteitszin. Onze veiligheid is zo verweven met die van onze Europese bondgenoten, dat het niet de bedreiging betreft van 'ons land’ maar van het gehele NAVO gebied binnen Europa.
In de tweede plaats kunnen bedreigingen zich out of the blue manifesteren, vooral als ze onder de radar van de inlichtingendiensten tot ontwikkeling komen en miskend worden door politieke en ambtelijke leiders. 11 September 2001 was wat dat betreft een eye opener. Aan de randen van Europa sluimeren zoveel conflicten met potentieel grote gevolgen, dat het verder ontmantelen van onze krijgsmacht van ronduit onverantwoordelijk gedrag getuigt.

Inderdaad, ontmantelen. Onze krijgsmacht heeft geen betekenis meer. Wie ziet wat Nederland nog in het veld, op zee en in de lucht kan brengen zal beseffen dat Nederland niet eens in staat is om een operatie zoals in Uruzgan langdurig uit te voeren. Dat was in absolute termen niet eens zo'n grote operatie. Zelfs die operatie van 1400 militairen, gedurende vier jaar, heeft Defensie financieel eigenlijk de das omgedaan.
Moet Nederland als lakei van Amerika overal ter wereld branden blussen en bommen gooien? Nee.
Amerika heeft geleerd van haar expedities in Irak, Afghanistan en het Europese avontuur in Libië: miljarden verslindende operaties die niet het beoogde strategische doel hebben gerealiseerd. Vandaar de terughoudendheid van Amerika in Syrië en de opluchting over het plan van Rusland. Daarmee is niet gezegd, dat Nederland in het kielzog van sommige Navo bondgenoten mee moet doen met het verder aftakelen van het Europese militaire handelingsvermogen.
Europa moet een financiële, existentiële crisis oplossen, terecht wordt daar prioriteit aan gegeven. 
Dat houdt niet in, dat het ene financiële gat gevuld kan worden door op de externe veiligheid een ander gapend gat te laten ontstaan.

Kabinet ken uw geschiedenis! Het herbouwen van een krijgsmacht is vele malen duurder dan de afbraak ervan oplevert. Dat heeft 1940 bewezen.
Echter, een krijgsmacht met overtuigend afschrikkingseffect en aantoonbare inzetbaarheid hebben Nederland en Europa al lang niet meer. Boven Libië kon Europa niet zijn eigen broek ophouden en moest bij Amerika aankloppen.
De Franse interventie in Mali toont wederom aan, hoe dun gezaaid de Europese capaciteiten zijn om snel en effectief op te treden. Nederland bewijst zichzelf, Europa en de NAVO geen dienst, door nog eens het mes in de krijgsmacht te zetten.

De minister stelde in de Volkskrant van afgelopen woensdag; 'We staan nu op wel heel dun ijs’.
Nee, 'we' zijn er onder het vorige kabinet al doorheen gezakt; de huidige plannen zorgen er voor dat de drenkeling de weg naar het wak niet meer terug zal vinden.
De vraag die door ons hoofd spookt: kan het anders? Jazeker. Ook de krijgsmacht kan hervormd worden, zodanig dat de problematiek van te hoge personeelslasten, te hoge kosten voor materiële exploitatie, waardevermindering van het vastgoed, structureel worden opgelost. Dat vereist visie en daadkracht. Dit kabinet is niet van de visies, al helemaal niet van analyse en beleid. Er is maar één instrument: bezuinigen, afstoten, ontslaan en opheffen.

Dat kunnen alle politieke partijen zich aanrekenen. Het niveau van de politici in het algemeen getuigt van weinig kennis op het terrein van Defensie en gebrek aan ruggegraat : An army of lions led by donkeys.

Peter Paul de Waal, bestuurskundige
Ko Kroesen, oud Luchtmachtofficier
Ton Welter, oud marineofficier

vrijdag 13 september 2013

Artikel in Dagblad Trouw van Generaal Majoor b.d. Jhr H. de Jonge bestuurslid GOV/MHB van 9 september 2013



De minister van Defensie heeft een steeds groter wordend probleem. Toen zij eind 2012 aantrad had Defensie een onafgebroken periode van tweeëntwintig jaar van bezuinigen achter de rug: élk jaar minder te besteden. Haar voorganger minister Hans Hillen had in het kabinet Rutte 1 aangegeven dat “Defensie door het ijs is gezakt” en dat het klaar moest zijn met bezuinigingen op Defensie. Het defensiepersoneel constateert tegelijkertijd dat in diezelfde periode sommige andere departementen budgettair gigantisch zijn gegroeid, dan wel zonder repercussies en zonder schaamte hun budget enorm overschreden hebben. Het personeel ziet met lede ogen aan dat elke nieuwe kaalslag, in 2011 maar liefst 1 miljard, wordt verkocht als een verbetering. Van hen wordt iedere keer verwacht zichzelf weg te cijferen en met de veel geroemde can do mentaliteit hetzelfde werk te blijven doen met veel minder mensen. Zo langzamerhand een volkomen onwerkbare situatie.

De minister weet dus dat het defensiepersoneel, waarvoor zij telkenmale zegt zo’n bewondering te hebben, geen vertrouwen meer heeft in de (politieke) leiding van haar departement . Wanneer wij ons verder realiseren dat de opdrachten die militairen krijgen bijna altijd het optreden in buitengewone omstandigheden betreffen, waarbij anders dan bij overige overheidsdiensten bij militairen de opdracht boven de eigen veiligheid gaat, dan is vertrouwen in de politieke-, en militaire leiding van levensbelang.

De minister als politiek leider van het departement moet dan natuurlijk wel investeren in die vertrouwensband met haar personeel. Dat deed zij bij haar aantreden toen ze meldde dat het nu uit moest zijn met het snijden in de operationele eenheden. Wrang is dus dat we nu kennelijk opnieuw gaan meemaken dat schepen en wapensystemen verkocht gaan worden en dat eenheden opgeheven zullen worden. Natuurlijk konden we dit zien aankomen, immers de minister meldde al in mei van dit jaar dat, boven op de  € 1 miljard uit 2011, nu nogmaals € 330 miljoen moest worden ingeleverd. 
Dan hoef je geen strategische tijger te zijn om te beseffen dat die reducties, binnen de reeds uitgemergelde krijgsmacht, eenvoudig kunnen worden ingekopt door operationele eenheden op te heffen en het personeel te laten afvloeien. Voor dit laatste hoeft zij niet eens haar best te doen, het personeel houdt het voor gezien en loopt vanzelf weg.

De wijze waarop invulling gegeven wordt aan de bezuinigingen getuigt niet van een visie. Het is gewoon strepen tot de boekhouder tevreden is gesteld, zonder je al te veel af te vragen in hoeverre je nu nog de gewenste samenhang in je krijgsmacht overeind kan houden. Er zijn meer en andere creatieve oplossingen te bedenken, maar die zijn kennelijk niet aan de minister vanuit haar staf aangereikt. 
Wat blijkt nu verder van die voorgenomen maatregelen? Niet alleen een gloednieuw peperduur marineschip, de Zr. Ms. Karel Doorman, waar grote en eerder politiek geaccordeerde behoefte aan was, wordt verkocht, maar bij de Koninklijke Landmacht worden kennelijk ook gloednieuwe pantservoertuigen, de CV90,  in de verkoop gedaan. Die CV90 is een uiterst modern network enabled-system,  dat geldt als een niche binnen de NAVO. Ook deze zijn bijna afgeleverd, maar kunnen nu onmiddellijk in de verkoop voor een fractie van de aanschafwaarde.

Het op deze wijze van de hand doen van systemen, het laten verdampen van overheidsgeld, laat zien dat opeenvolgende kabinetten Defensie als een bezuinigingspost hebben beschouwd. Er is geen visie, de politiek heeft klaarblijkelijk geen idee waar het met de krijgsmacht naar toe wil. Het personeel roept al jaren om een richting. Sinds afgelopen maandagavond mag dit binnen VVD-kringen geen visie meer worden genoemd, hetgeen echter de minister van Defensie niet zou moeten weerhouden haar personeel te vertellen waar zij nu eigenlijk naar toe wil. En dat moet dan méér dan louter boekhouden zijn.

Wat het defensiepersoneel nodig heeft is een stip op de horizon, waarbij van de minister wordt verwacht om politieke moed te tonen en die stip verder weg te leggen dan alleen haar eigen regeerperiode. Daarvoor heeft ze steun nodig van andere bewindslieden en van de regeringspartijen. 
Zij zal ook met de Tweede Kamer in overleg moeten om draagvlak voor haar ambitie te krijgen, en dan niet alleen maar te spreken over wat wij gisteren en vandaag kunnen betalen. Daarvoor is ze nu juist politica. Ambitie, dat is wat Defensie nodig heeft en stoppen met zwalken. Onze minister heeft geen keus: zij moet rond Prinsjesdag zo’n ambitie laten zien, zo’n stip op de horizon.

Alleen dan kan ze het griezelige lage, bovendien verder afnemende, vertrouwen van het personeel, dat zij zo looft, ombuigen in een sfeer van ambitie en vooruitzicht. Alleen dan gelooft het defensiepersoneel weer in de politieke leiding en is het misschien bereid om bij Defensie werkzaam te blijven.

J.H. de Jonge

GOV/MHB. Gezamelijke Officieren Verenigingen/Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie.

dinsdag 25 juni 2013

Onze wegbezuinigde krijgsmacht is tot bijna niets meer in staat ( NRC 18 juni 2013 )




 Het gevaar van een existentiële en economische crisis is dat veel zaken onbelangrijk lijken. Een parlementaire democratie geconfronteerd met zo'n crisis houdt zich uitsluitend bezig met haar bestaanszekerheid, Cash is King. De toekomst is ver weg, het gaat om het hier en nu.
Onze democratie heeft daarnaast te maken met de waan van de dag op de paar vierkante kilometers rondom het Binnenhof. Daar worden vooral politieke problemen imaginair opgelost – het land moet geregeerd worden – urgente maatschappelijke vraagstukken worden vooruit geschoven. Pers en politici houden elkaar in een verstikkende wurggreep in hun strijd om de kiezers. Alles dat zich buiten Den Haag afspeelt, verliest aan politieke relevantie evenredig aan de afstand tot het Haagse epicentrum.

Een politiek systeem behoort echter meer te doen dan slechts reageren. Juist in de huidige crisis dient de vraag gesteld te worden, of er geen besluiten genomen worden waar men later spijt van krijgt. Het gaat immers om het collectieve belang èn om het voortbestaan van de natie op langere termijn. In een parlementaire democratie dient structureel ruimte gecreëerd te worden voor reflectie om ondoordachte dadendrang binnen de perken te houden.
Het optreden van de huidige Tweede Kamer en kabinet getuigt van een eenzijdige preoccupatie met de overheidsfinanciën. Aandacht daarvoor is terecht, een hoog financieringstekort én hoge staatsschuld zijn ontegenzeggelijk nadelig voor de economische gezondheid van ons land op langere termijn.

Wii zien echter dat de Tweede Kamer en het kabinet het financieringstekort dempen door op andere terreinen ernstige tekorten te laten ontstaan, gedreven door hun eenzijdige gerichtheid op de heilige
3%-norm. Dit bezuinigingsautomatisme is een zich self fullfiling, oncontroleerbaar proces geworden, dat zich kenmerkt door de drang snel maatregelen te nemen én een volkomen gebrek aan inzicht in oorzaak en gevolg. Van een afgewogen beleid, monitoring en evaluatie is geen sprake meer. Lange termijn is niet aan de orde, toekomstgerichtheid al helemaal niet. Regeren is verworden tot een repetitief proces: bezuinigen, tegenvallende resultaten, nog meer bezuinigen. Dit proces stopt pas als er niets meer te bezuinigen valt.

Een schrikbarend voorbeeld daarvan is de huidige toestand van onze krijgsmacht. Die is sinds mei 1940 niet zo belabberd geweest. Velen zullen echter de inmiddels salonfähige waarheid-als-een-koe aanhangen: “Wat moet een klein land als het onze met zo'n grote, dure krijgsmacht?”

Dat zijn twee onjuistheden in één zin.

Ons land is weliswaar in inwonertal en oppervlakte klein, maar in economische termen juist groot. Nederland is de 9e exportnatie ter wereld, 16e economie ter wereld en de derde investeerder wereldwijd. Onze krijgsmacht daarentegen is niet groot, noch duur; zij staat in geen enkele verhouding tot de hoogte van ons BNP én de wereldwijde economische belangen die wij voor het behoud van onze welvaart dienen te beschermen. Onze krijgsmacht is inmiddels zo weg bezuinigd, dat hij tot bijna niets meer in staat is.
Er staan geen vijandelijke hordes voor onze landsgrenzen, dat is juist. Aan de grenzen van de NAVO - zie Turkije- nemen echter geweld en oorlogsdreiging met de dag toe.
Dààr liggen onze grenzen. Veiligheidsanalyses van internationale gezaghebbende onderzoeksinstituten tonen aan, dat de wereldwijde veiligheidssituatie in hoge mate door onvoorspelbaarheid wordt beheerst.

Nederland sluit zijn ogen hiervoor door gebrek aan realiteitszin.

Een aantal zich nu aftekenende dreigingen voor Nederland op een rij :
- èèn Iraanse onderzeeër in de Straat van Hormuz blokkeert de olietoevoer naar Europa en vormt daardoor een directe bedreiging voor het voortbestaan van Nederlands’ economie en welvaart,
- èèn ballistische raket afgevuurd door Hezbollah op Turkije brengt Turkije en daarmede de NAVO en Nederland in staat van oorlog,
- èèn van de door Rusland onlangs geleverde ballistische raketten aan Syrië, afgevuurd op de Golan hoogte, zal Israël niet onbeantwoord laten. NAVO bondgenoot Amerika zal Israël niet in de kou laten staan, daarmede dreigt een rechtsreeks militair conflict tussen Rusland en de NAVO,
- èèn bombardement door Israël op de Iraanse nucleaire installaties zal tot een onvoorspelbare
militaire explosie kunnen leiden in het Midden Oosten waarin de NAVO kan worden betrokken,
- de wapenwedloop in het Verre Oosten leidt daar tot toenemende militaire spanningen, blokkade door de Chinese marine van de sealanes naar Europa, zal de Nederlandse economische belangen op zijn minst ernstig kunnen schaden.

Door de deplorabele staat van zijn krijgsmacht is Nederland niet in staat aan de NAVO een krachtige bijdrage te leveren om aan deze dreigingen het hoofd te bieden.
De bezuinigingen op Defensie gedurende de laatste twee decennia zullen zich vertalen in een veiligheidstekort van vele tientallen miljarden Euro's in de nabije toekomst en brengt onze welvaart in gevaar.
Als deze crisis iets duidelijk maakt, is dat de reflexmatige, ondoordachte bezuinigen uit het verleden een garantie bieden op rampen in de toekomst. Regeren is vooruitzien.

Ton Welter, oud officier der Koninklijke Marine en ondernemer

Drs. P.P. De Waal, bestuurskundige

vrijdag 7 juni 2013

Reflexmatig handelen teistert onze parlementaire democratie



Een nadeel van een existentiële en economische crisis als de huidige is, dat ineens heel veel zaken volslagen onbelangrijk lijken. Een parlementaire democratie die met zo'n crisis wordt geconfronteerd heeft als groot nadeel, dat kiezers en achterbannen zich om weinig anders meer druk maken, dan hun bestaanszekerheid. De toekomst lijkt tijdens zo’n crisis heel ver weg en van later zorg. Het gaat om het hier en nu, hoe mensen en bedrijven het hoofd financieel boven water kunnen houden.


Onze democratie heeft daarnaast te maken met een ander fundamenteel nadeel: de waan van de dag op de paar vierkante kilometers rondom het Binnenhof. Daar worden vooral politieke problemen imaginair opgelost – het land moet geregeerd worden – maar veel urgente maatschappelijke vraagstukken bungelen er een beetje bij. Pers en politici houden elkaar in een verstikkende wurggreep in hun strijd om de kiezers en het publiek, de kijkers en de lezers. Alles dat zich buiten Den Haag afspeelt, verliest aan politieke relevantie evenredig aan de afstand tot het Haagse epicentrum.

Het is een begrijpelijke reflex. Iemand, wiens huis in brand staat, zal zich op dat moment niet afvragen of zijn verzekering wel alle schade dekt en of de brandweer wel op tijd zal zijn. Hij of zij handelt instinctief en uit puur lijfsbehoud en redt wat er te redden valt.
Een politiek systeem moet echter meer doen dan slechts reageren. Juist in de huidige crisis dient de vraag gesteld te worden, of er geen besluiten genomen worden waar men later spijt van krijgt. Het gaat namelijk om het collectieve belang èn om het voortbestaan van de natie op langere termijn. Een politiek systeem dat zich uitsluitend op het hier en nu concentreert, loopt het risico van de ene crisis naar de andere te hollen. Het is daarom verstandig dat er in een parlementaire democratie structureel ruimte gecreëerd wordt voor reflectie, juist om reflexmatige dadendrang binnen de perken te houden.

Een goed voorbeeld van deze wijze van optreden door de Tweede Kamer en het kabinet is de eenzijdige preoccupatie met de overheidsfinanciën. Op zich is de aandacht daarvoor volledig op zijn plaats. Een hoog financieringstekort en een hoge staatsschuld zijn ontegenzeggelijk nadelig voor de economische gezondheid van ons land op langere termijn.
Wij zien echter dat de Tweede Kamer en het kabinet het huidige financieringstekort dempen, door op andere terreinen ernstige tekorten te laten ontstaan, gedreven door hun eenzijdige gerichtheid op de heilige 3%-norm. De gezondheidszorg wordt niet hervormd maar domweg afgebroken. Een gedegen analyse van de oorzaken van de torenhoge zorgkosten wordt niet gemaakt. De zorgconsument (voorheen de patiënt), de vergrijzing en de toenemende levensverwachting worden als boosdoeners beschouwd. De reflex dicteert dan, dat de stijgende kosten aan de patiënt moeten worden doorberekend, de polissen moeten worden versoberd en het eigen risico moet worden verhoogd. Als hij of zij zo gebrekkig wordt dat langdurige zorg onvermijdbaar is, zal hij/zij op liefdadigheid aangewezen zijn. Waarmee de afbraak van onze sociale welvaartsstaat een feit is geworden.

Dit bezuinigingsautomatisme is een ontembaar, onstuitbaar, oncontroleerbaar, zelfstandig proces geworden, door de hier eerder genoemde financiële preoccupatie. Nu al staat vast dat dit politieke automatisme de behoefte aan zorg niet zal terugdringen en dat de kosten daardoor niet binnen de perken gehouden zullen worden. De kosten worden verplaatst: van de Staat naar de particulier.
Maar de Staat kan niet van een kale kip plukken. De burger betaalt òf voor zijn eigen zorg òf draagt belastingen af, maar beiden tegelijk brengt de financiële zelfstandigheid van de burger in gevaar. Waar de Staat de burger behoort te dienen, worden de rollen omgedraaid en is de burger horig aan de staatskas. Karl Marx zou zich lachend in zijn graf omdraaien.

Het karakter van de huidige reflexmatige manier van politiek bedrijven kenmerkt zich door een volkomen gebrek aan inzicht in oorzaak en gevolg en een enorme drang om snel maatregelen te nemen. Maatregelen, die zich in gunstige financiële resultaten op de korte termijn laten uitdrukken.
Er is geen sprake meer van afgewogen beleid, monitoring en evaluatie. Lange termijn is niet aan de orde, toekomstgerichtheid al helemaal niet. Regeren is een repetitief metier geworden: bezuinigen, tegenvallende resultaten, nog meer bezuinigen. Dit proces stopt pas als er niets meer te bezuinigen valt.
Daarmee lijken de overheidsfinanciën op orde, maar enige reflectie op de maatschappelijke tekorten die op deze wijze ontstaan is niet aanwezig.

Een schrikbarend voorbeeld daarvan is de huidige toestand van onze krijgsmacht. Die is sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog niet zo belabberd geweest. Nu zullen velen de inmiddels salonfähige waarheid-als-een-koe nazeggen: “Wat moet een klein land als het onze met zo'n grote, dure krijgsmacht?” Dat zijn twee feitelijke onjuistheden in één zin.
Ons land is alleen in termen van inwonertal en oppervlakte klein, maar in economische termen juist groot. Nederland is de 9e exportnatie ter wereld, 16e economie ter wereld en de derde investeerder wereldwijd. Onze krijgsmacht daarentegen is noch groot, noch duur; zij staat in geen enkele verhouding tot de hoogte van ons BNP en de wereldwijde belangen, die wij als natie dienen te beschermen. Hij is inmiddels zo uitgekleed en ineen geschrompeld, dat hij tot bijna niets meer in staat is.
Er staan geen vijandelijke hordes voor onze landsgrenzen, dat is juist. Aan de grenzen van de NAVO nemen geweld en instabiliteit daarentegen met de dag toe. En dàt zijn uiteindelijk onze grenzen. Veiligheidsanalyses van internationale gezaghebbende onderzoeksinstituten tonen aan, dat de mondiale veiligheidssituatie in hoge mate door onvoorspelbaarheid wordt beheerst. Met name de ontwikkeling van de politieke-, en militaire situatie aan de grenzen van de NAVO in het Middellandse zee gebied is uiterst ongewis.
De al maar voortdurende ontmanteling van de capaciteiten van krijgsmachten door Europese NAVO-bondgenoten is in dat licht onverantwoordelijk en getuigt van gebrek aan realiteitszin.

Defensie scoort in deze tijd van acute crisis zeer laag op de publieke en politieke prioriteitenlijst. Nederland loopt hierin door zijn gebrek aan realiteitszin voorop. Het gevolg is, dat de militaire navelstreng met de VS op knappen staat en dat Europa niet in staat is zelfstandig op te treden bij een nieuwe situatie zoals onlangs in Libië, waar zonder ondersteuning van onze Amerikaanse bondgenoot de afloop van deze burgeroorlog wel eens geheel anders had kunnen eindigen.
Je hoeft beslist geen doemdenker te zijn, om in te zien dat de opbrengsten van de bezuinigingen van de afgelopen jaren zich zullen vertalen in een veiligheidstekort van vele tientallen miljarden Euro's in de niet al te verre toekomst.

Voor veel andere beleidsterreinen geldt een soortgelijk tekort. Door een te grote preoccupatie met de huidige overheidsfinanciën, worden er tal van toekomstige maatschappelijke problemen gecreëerd, waarbij de rentepost op aflossingen van de staatsschuld zullen verbleken. Het argument van dit en voorgaande kabinetten, dat wij onze nakomelingen niet met een torenhoge staatsschuld mogen opzadelen, betekent blijkbaar niet dat wij ze wèl met andere problemen kunnen opschepen.

Het kan en moet anders.

Verreweg de grootste collectieve uitgaven gaan naar de gezondheidszorg, c.a. 90 miljard Euro.
Hoe kan het, dat die uitgaven iedere vier jaar met c.a. 10% stijgen? Is dat nu echt een kwestie van de vergrijzing en de als maar toenemende vraag naar gezondheidszorg? Als dat zo is, waarom hebben landen met vergelijkbare demografische ontwikkelingen dan minder last van enorme kostenstijgingen en is de kwaliteit van de zorg daar vaak zoveel beter?
Daargelaten het rapport van oud Minister Klink van Gezondheidszorg dat vorig jaar een jaarlijkse verspilling binnen de gezondheidszorg van € 8 miljard heeft aangetoond, naast de vele fraude zaken binnen deze sector die de laatste weken herhaaldelijk aan het licht komen.
Hoe kan het zijn dat de zorgverzekeraars over 2012 gezamenlijk 1,5 miljard Euro aan winst opstreken, dat farmaceutische bedrijven veel meer geld uitgeven aan PR en marketing dan aan product ontwikkeling? Waarom worden er tientallen miljoenen Euro's beschikbaar gesteld voor fusies, reorganisaties en prestigieuze gebouwen, terwijl er steeds minder “handen aan het bed” zijn?
Heeft ‘Den Haag’ wel serieus doorgerekend, of de introductie van de marktwerking in de zorg inderdaad zo'n heilzaam effect heeft op de kostenontwikkeling? Zijn de modellen van het CPB, die dat uitwijzen wel eens grondig op realiteitswaarde beoordeeld?

Dergelijke vragen kunnen we ook loslaten op de privatisering van de NS, nutsbedrijven, de deregulering in de bankensector, het onderwijsbeleid, enz. Voorwaarde is dan wel, dat we een politiek systeem nodig hebben, dat (a) geïnteresseerd is in de antwoorden op dergelijke vragen en (b) ook de tijd neemt voor reflectie. Feit is echter, dat politici, ambtenaren, media en publiek elkaar deze tijd niet gunnen. Vandaar de hoge mate van reflexmatigheid en een enorm gebrek aan beleidseffectiviteit op de langere termijn.

Als deze crisis ons iets duidelijk maakt, is dat reflexen uit het verleden een garantie bieden op rampen in de toekomst. Regeren is vooruitzien. En niet alleen in partijpolitiek of in financieel-economisch opzicht, dat is bijziendheid. Een vooruitziend landsbestuur zou zich moeten bevrijden van het verlangen naar eenvoudige, instant oplossingen, zou het onmiddellijk reageren op de waan van de dag van zich moeten afschudden en weer moeten gaan nadenken.

Wij zijn ervan overtuigd dat ons landsbestuur dan intelligenter om zal gaan met de grote, collectieve vraagstukken waar de huidige crisis en toekomstige crises Nederland voor zal stellen.

Ton Welter, oud officier der Koninklijke Marine en ondernemer

Drs. P.P. De Waal, bestuurskundige

donderdag 30 mei 2013

Halbe Zijlstra, de F-35 en halve waarheden



Toen ik nog jong marineofficier was, was er Minister Vredeling ( PvdA) van Defensie die besloot tot aanschaf van 213 F-16’s, de grootste wapenaankoop van de 20-e eeuw, zo kopte de pers toen in de diverse dagbladen.
Niet deze aankoop, doch betekenisvoller was zijn uitspraak : “ Niet congressen beslissen tot aanschaf van straaljagers, doch de Minister van Defensie. “

Het was niet alleen de grootste wapenaankoop van de 20e eeuw, het was zelfs de meest succesvolle, meest renderende (!) die Nederland tot op de dag van vandaag werkgelegenheid oplevert door deelname in de productie en onderhoud van de F 16. Operationeel gezien heeft het de Nederlandse Luchtmacht gebracht tot het niveau van een ‘ A-team ‘ binnen de NAVO.

Die tijd ligt ver achter ons. In die tijd waren het defensiebudget en aankoop van wapensystemen geen onderwerp van ‘ uit onderhandelen ‘ tussen de verschillende politieke partijen, het was een conditio sine qua non, dat het Koninkrijk der Nederlanden een krachtige, goed bewapende en uitgeruste Krijgsmacht had die stond voor de veiligheid van het Koninkrijk binnen NAVO verband en bescherming van haar internationale en economische belangen. Conform de verplichting in de Grondwet diende Defensie het algemeen belang van het Koninkrijk; het defensiebudget was toen geen grabbelton om tekorten in ‘s Rijks begroting af te dekken, noch onderwerp van politiek gekissebis. De internationale politieke ontwikkelingen, de dreigingen, bepaalden de hoogte van het defensiebudget. De militaire top bepaalde de behoefte aan materieel en manpower, adviseerde op grond van hun expertise en ervaring de Minister van Defensie, die vervolgens zijn begroting hier op afstemde en voorlegde aan het parlement ter goedkeuring. In de praktijk ging het er wat minder rooskleurig aan toe als hier geschetst, maar wij hielden ons wel aan onze verplichtingen !

In die tijd behoorde Nederland al tot de top van economisch rijke landen met grote internationale invloed in de diverse internationale fora, naar onze stem werd op wereldniveau geluisterd, er werd zelfs rekening mee gehouden. Naar Nederland werd gekeken als leading nation van de kleinere landen binnen de NAVO en Europa.
Die invloed, dat prestige, heeft Nederland na zijn eenzijdige, plotselinge terugtrekking uit Uruzgan verloren; na de desastreuze bezuinigingen van de laatste 5 tot 10 jaar is het defensiebudget ineengeschrompeld tot een magere 1 % van het BNP, - in strijd met haar NAVO verplichting van een bijdrage van 2%,- en behoort Nederland nu tot de laagste categorie van de NAVO landen qua hoogte van het defensiebudget, een niveau waarmee Nederland het beschamende predicaat van free rider heeft verworven.
Het defensiebudget is niet langer een zaak van conditio sine qua non maar is tot een ‘speeltje’ verworden van de verschillende politieke partijen. Het financieringstekort, de boekhouders, bepalen tegenwoordig de hoogte van het defensiebudget, niet de militaire noodzaak, noch de aangegane internationale en NAVO verplichtingen. Zonder vooroverleg met haar bondgenoten hebben politieke partijen eenzijdig besloten tot ingrijpende bezuinigingen op het defensiebudget.

De snel opeenvolgende geopolitieke, militaire en economische veranderingen in de wereld zijn de verschillende politici in Den Haag echter niet ontgaan. Onlangs heeft de fractievoorzitter van de VVD tijdens een recente partijbijeenkomst uitgeroepen dat hij geen ‘ leuke boodschap ‘ had, juist ten tijde van bezuinigingen moet het defensiebudget omhoog. De dag daarop kwam de gehele Tweede Kamer al over hem heen, de PvdA liet weten dat ‘ zij verhoging op dit moment niet ziet zitten ’. Deze reacties waren te verwachten gezien het heersende adagium bij de meerderheid in de Tweede Kamer, dat de 3% norm tot ‘ Heilige Koe ‘ heeft verheven.

In dit kortzichtige, onverantwoordelijke, louter financieel gedreven ‘ politieke’ spel speelt op de achtergrond natuurlijk de aanschaf van de opvolger van de verouderde F 16 voor de Koninklijke Luchtmacht. Aan vervanging toe omdat hij niet meer opgewassen is tegen de hedendaagse dreigingen zowel vanaf de grond als in de lucht, technisch verouderd door slijtage en corrosie omdat de Luchtmacht niet of nauwelijks nog de beschikking heeft over onderdelen, operationeel verouderd, omdat hij niet meer wereldwijd en veelzijdig inzetbaar is en ondersteuning van onze andere krijgsmachtsdelen slechts beperkt mogelijk is.

In de afgelopen weken is er bij het Ministerie van Defensie alweer een ronde geweest van de diverse concurrenten van de door de Koninklijke Luchtmacht uitgesproken voorkeur voor de F 35 A. Deze besprekingen hebben niet geleid tot andere inzichten zo meldde de pers.
De Advanced F16, de Rafale F3, de Eurofighter Tranche 3, de Saab Gripen NG, alle zijn ontworpen als jachtvliegtuigen van de 20e eeuw, uitstekend geschikt om de vorige oorlog te voeren. Kostprijs varieert tussen de € 80 tot ver boven de € 100 miljoen per stuk. In dit bedrag niet meegenomen de benodigde additionele systemen voor doelaanwijzing, verkenning, nachtzicht, extra tanks voor lange vluchten, het betreft slechts een basis configuratie.
De F 35 Lightning II daarentegen is ontworpen voor de 21 eeuw, een volledig nieuw concept, een jachtvliegtuig, echter nog veel meer ontworpen als een sensor platform, opererend en vliegend als onderdeel binnen een datalink netwerk, als een geïntegreerd wapensysteem, dat in dat zelfde netwerk samenwerkt en opereert met marineschepen en landmacht , tot in outer space toe, de F 35 fungeert als een zogenaamde node in dat netwerk.
In een vergelijkend onderzoek naar de performance van de verschillende jachtvliegtuigen, gebaseerd op een zestal gedefinieerde missieprofielen, bleek de F 35 met afstand het best presterende wapensysteem te zijn. Landen als Israël en Japan hebben vergelijkende uitkomsten laten zien.

Het Pentagon, de Government Accounting Office (USA), de Nederlandse pers, politieke partijen, hebben door hun verwarrende en tegenstrijdige berichtgeving bij gedragen tot een ratjetoe van halve en hele waarheden met betrekking tot de kost,- en onderhoudsprijs van de F 35.
De aanschafprijs van de F 35 wordt gaandeweg het traject steeds goedkoper, - mede gezien de internationale belangstelling en definitieve orders van NAVO en niet NAVO landen, waaronder Israël, de stuksprijs voor de Nederlandse versie F 35 A gaat op dit moment richting € 65 miljoen, inclusief de additionele systemen die bij de hierboven genoemde alternatieven nog bovenop de stuksprijs komen. Voor wat betreft de onderhoudskosten van de F35 blijken die, met een marge van 10%, vergelijkbaar te zijn met die van de F 16.

Heel belangrijk ook is dat de Nederlandse versie van de F 35 A voor een groot deel een EUROPEES vliegtuig is, Denemarken, Noorwegen, Het Verenigd Koninkrijk, Italië, en last but not least : Nederland, hebben een belangrijke rol in de ontwikkeling en fabricage van belangrijke onderdelen van de F35. De eindfabricage van de F 35 zal plaats vinden in Italië. Een uiterst verheugende ontwikkeling in het streven naar meer internationale samenwerking binnen de NAVO!

Dat de Nederlandse defensie-industrie hierin een voorname rol speelt, mede gezien haar innovatiekracht, zal menigeen duidelijk zijn. Inmiddels heeft dit project al twintig innovaties opgeleverd die civiel toepasbaar zijn.
Echter, dat mag en kan niet de enige doorslaggevende factor zijn om onze Krijgsmacht van de beste wapensystemen te voorzien.
Doorslaggevend zal moeten zijn wat onze Krijgsmacht in de 21e eeuw nodig heeft om aan de eerder genoemde politieke, economische en militaire ontwikkelingen in deze eeuw het hoofd te bieden.
Afgestemd hierop een verantwoord budget dat als één geheel wordt aangewend om onze Krijgsmacht veelzijdig, expeditionair, wereldwijd binnen NAVO verband inzetbaar te maken en te houden. De huidige veiligheidsontwikkelingen in de wereld geven hier meer dan ooit aanleiding toe.

Het kan niet zo zijn dat de aanschaf van één wapensysteem leidt tot afbraak van de benodigde capaciteiten van de Krijgsmacht als gevolg van een te beperkt budget.
De broederstrijd tussen de krijgsmachtonderdelen, voorheen gebaseerd op een budgetverdeling van
1: ( Marine) :2 ( Landmacht) : 1 (Luchtmacht ) behoort gelukkig tot het verleden, maar de verdeel,- en heerspolitiek van politici heerst nog steeds, deze luxe kunnen wij ons in de 21e eeuw niet meer permitteren.

Ton Welter



















zaterdag 25 mei 2013

Lezing Generaal b.d. Koninklijke Landmacht Peter Striek op 27 maart 2013 tijdens symposium Nieuwspoort te Den Haag





Het Clingendael Rapport (CR) zoekt een antwoord naar de vraag welke krijgsmacht Nederland in de toekomst zou moeten hebben. Zij stelt dat prioritering van de belangen die de krijgsmacht van de toekomst moet verdedigen en dienen, leidend moet zijn, hetgeen in het kader van schaarste aan middelen altijd een goed uitgangspunt is.
Vervolgens wordt gesteld dat een veelzijdig inzetbare krijgsmacht die kan inspelen op allerlei onzekerheden én die geschikt is voor een breed scala van operaties, niet meer is te handhaven en we daarom op zoek moeten naar een andere soort krijgsmacht.
Die constatering is ingegeven omdat het CR uitgaat van het huidige defensiebudget. Echter de vorige Minister van Defensie Hillen, gaf in april 2011 al aan dat voor een dergelijke krijgsmacht het defensiebudget zou moeten toenemen. Maar dat wordt niet verder onderzocht.
De fundamentele doelstelling van iedere Staat moet gericht zijn op het verzekeren van vitale nationale belangen met behoud van eigen normen en waarden.
Het buitenlands beleid geeft richting aan het daarvan af te leiden veiligheids- en defensiebeleid.

Heeft de Regering nu aangegeven waar haar buitenlands beleid en veiligheidsbeleid op is gericht?
Dat zou het uitgangspunt moeten zijn. En aangezien we hier op politiek-strategisch niveau over beleid spreken, zou dat een lange termijn visie moeten zijn. Niet een visie tot de volgende verkiezingen of tot de volgende bezuinigingen zoals dat in de afgelopen 20 jaar telkens weer het geval was.
Voor de toekomst van de krijgsmacht moeten we kijken naar een veel langere periode van 15 tot 20 jaar. Vooral als het gaat over de inrichting van de krijgsmacht met materieelinvesteringen die vaak dezelfde of een langere periode beslaan, is zo’n lange termijn visie van wezenlijk belang. Een lange termijn visie gebaseerd op een gedegen omgevingsanalyse.

Nederland is een klein land met een economie die sterk afhankelijk is van export (5e exportland) en vanwege haar geografische ligging een belangrijke rol speelt in de doorvoer en afvoer van goederen naar en van andere landen. Hoewel er sprake is van een economische crisis, is Nederland nog steeds een rijk en welvarend land in een veilige regio, het is het op één na rijkste land van de EU.
Voor die welvaart is Nederland echter sterk afhankelijk van vrije handel, ook met regio’s waar het veel minder veilig is. Nederland heeft daarom groot belang bij een stabiele en vreedzame internationale omgeving. In feite een voorwaarde voor de welvaart waaraan we zo zijn gehecht.
Welvaart en veiligheid gaan dus hand in hand.

Onlangs steeg onze export met 0,1 % en dat haalde alle nieuwsmedia.
Maar, als er geen sprake meer is van enige rechtsorde in landen aan de zuidzijde van de Middellandse Zee,
als het Midden-Oosten zich tegen Israel keert,
als er een oorlog uitbreekt tussen Iran en Israel,
als Afghanistan weer volledig onder controle van de Taliban komt,
als India en Pakistan verwikkeld raken in een interstatelijk conflict,
als China steeds meer beslag gaat leggen op schaarse grondstoffen…(het defensiebudget is verhoogd van 45 mrd $ in 2007 naar 238 mrd $ in 2015), enz.,
dan zal de export meer dan een paar tienden van procenten dalen en zal ons land als doorvoerland nààr en vàn andere landen van Europa, duidelijk aan belang inboeten en zal de economie nooit meer op het peil van enkele jaren geleden komen.

Het rapport Verkenningen van 2010 (onderschreven door zes ministeries) onderkende reeds dat er in de komende 20 jaar sprake zou zijn van grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie.
Ik noemde u al de ontwikkelingen in landen zoals Tunesië, Egypte, Libië en Syrië. En wat te denken van de nieuwste ontwikkelingen in Mali, de Sahel en de Maghreb?
Welke conclusie trekt het CR hieruit?
Bij het verzekeren van onze nationale belangen zijn we sterk afhankelijk van samenwerking met andere landen. Daarom zijn we ook lid van de NAVO en de EU. Wij gaan er daarbij van uit dat we gezamenlijk optreden om ook ónze nationale belangen te dienen; het gemeenschappelijk belang is dus ook eigen belang.
Het CR geeft niet aan dat het lidmaatschap van een bondgenootschap ook verplichtingen met zich brengt. Maar het bondgenootschap gaat er wel van uit dat Nederland als 17e economie van de wereld, als tweede rijkste land van Europa, als 7e investeerder in de wereld, naar vermogen zal bijdragen aan het bondgenootschap, zijnde 2 % van het BNP. Of zoals recent in de politieke arena voortdurend gehoord: “de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen”. Het is in feite een soort inkomens -afhankelijke bijdrage aan stabiliteit en veiligheid.
Het CR zegt wel:  De kans op daadwerkelijke invloed op de internationale omgeving is daarbij groter naarmate Nederland de reputatie heeft van een betrouwbare en tot militaire risico’s bereide bondgenoot. Het CR stelt bovendien dat Nederland dan ook in staat moet zijn om een eigen bijdrage te leveren in het hoogste deel van het geweldsspectrum.

Dat gezegd hebbende moet Nederland een krijgsmacht hebben die óók kan bijdragen in het hoogste deel van het geweldsspectrum. Dat hoeft niet altijd het geval te zijn en het hoeft ook niet altijd een deelname van onbeperkte duur te zijn. Maar we moeten het wel kúnnen, zoals met de Task Force Uruzgan.
Dat hoeft niet altijd met een bijdrage van alle krijgsmachtdelen tegelijkertijd te zijn. Het zou initieel met de Koninklijke Marine kunnen zijn, gevolgd door inzet van een landmachteenheid, wel of niet gesteund door gevechtsvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht.
Het zou ook initieel met de Koninklijke Luchtmacht kunnen zijn en niet gevolgd door welke bijdrage dan ook.
We kunnen bijdragen met het Duits/Nederlandse Hoofd Kwartier (inmiddels van multinationale samenstelling) dat zeer hoog staat aangeschreven binnen de NAVO en waarin Duitsland en Nederland veel hebben geïnvesteerd. Dat betekent een bijdrage waarbij we wel militaire risico’s accepteren, maar waarbij we niet altijd vooraan hoeven te lopen en waarbij sprake is van proportionaliteit.
We hebben de NAVO beloofd bij te willen dragen aan scenario’s op dit niveau.
Indien we niet van plan zijn dit te doen, dan zijn we een onbetrouwbare bondgenoot.
De krijgsmacht die op deze wijze is ingericht noemen we een veelzijdig inzetbare krijgsmacht.
Kenmerkend voor zo’n krijgsmacht is dat we voor een bepaalde periode in staat zijn op te treden in het hoogste deel van het geweldsspectrum. Afhankelijk van de omvang van de bijdrage, voor een korte of wat langere periode.
Kenmerkend voor zo’n krijgsmacht is ook dat met die capaciteiten men heel eenvoudig op lagere geweldsniveau’s, op niveau’s zonder geweld en ook nationaal, alle hoofdtaken kan dienen.

Wist u dat er vorig jaar ruim 2.000 keer een beroep is gedaan op de krijgsmacht om nationale steun in Nederland te vragen?
Met zo’n krijgsmacht kun je ook de belangen zoals genoemd in het CR dienen:

1. Invloed op het internationale toneel
2. Behoud van welvaart en economische ontwikkeling
3. Bevorderen van veiligheid en stabiliteit
4. Bevorderen van mensenrechten en humaniteit.

Echter daartoe is volgens CR het huidige budget ontoereikend.

Hoewel Defensie al sinds 1991 (Def Nota “Herstructurering en verkleining” minus € 1 miljard vooral bij de Koninklijke Landmacht; 1993 Prioriteiten Nota Paars 1, minus bijna € 1 miljard, daarna de ene reorganisatie na de andere en onlangs nog eens € 1 miljard minder)  heeft ingeleverd zonder dat er sprake was van een economische crisis, zal in de komende kabinetsperiode geen ruimte zijn voor aanvulling van geld dat ten onrechte bij Defensie is weggehaald.
We moeten dus nu afspraken maken over een strukturele groei van het defensiebudget nadat we de crisis hebben opgelost en we in beter welvaartswater terecht zijn gekomen.
Dan moeten we nu niet modellen gaan ontwikkelen waarbij er weer gereorganiseerd gaat worden.
Waarbij we internationaal niet naar vermogen bijdragen en free rider gedrag gaan vertonen.
Waarbij we expertise en capaciteiten gaan afstoten die we pas op de zeer lange termijn en met hoge kosten weer operationeel kunnen maken.
Waarbij er na de talrijke bezuinigingen en reorganisaties weer onrust onder het personeel ontstaat, terwijl de 6.000 mannen en vrouwen die in de komende jaren nu al de organisatie gedwongen moeten verlaten, nog niet weten wie dat zijn.

Mijn voorstel is dan ook om zeker niet nog eens te bezuinigen op Defensie. We hebben consistentie en continuïteit nodig. De huidige inrichting van de krijgsmachtdelen moet zoveel mogelijk worden gehandhaafd in de komende 4 à 5 jaar. Zeker voor die termijn moeten we bij Defensie ook de tering naar de nering zetten:
- Sommige zaken moeten even in de ijskast (oprichting van een nationaal Defensiemuseum à 
  € 160 miljoen,  nieuwe uniformen voor de Koninklijke Marechaussee);
- Meer off the shelf kopen en naar schaalvergroting streven met bondgenoten;
- De komende tijd geen grote investeringen doen;
- Capaciteiten waarvan we verwachten ze op de langere termijn niet meer nodig te hebben: afstoten;
- Terughoudend zijn met inzet van capaciteiten met zeer hoge exploitatiekosten.
Hoe de inrichting van de veelzijdig inzetbare krijgsmacht er in de komende jaren exact uit zou moeten zien, laat ik graag over aan het Ministerie zelf. Daar zit voldoende kennis en know how om samen met de operationele commandanten met goede voorstellen te komen.

Samenvattend:
Nederland heeft een krijgsmacht nodig die moet kunnen bijdragen aan stabiliteit en veiligheid in de wereld met een omvang en kwaliteit die past bij een welvarend en rijk land met de 17e economie van de wereld, als 7e investeerder in de wereld, als 5e exportland van de wereld.
Zonder stabiliteit geen goede cijfers voor onze economie als belangrijk exportland;
Zonder stabiliteit geen welvaart en zonder welvaart geen geld voor onderwijs en sociale zekerheid op het hoge niveau dat we gewend zijn;
Zonder goede krijgsmacht geen mogelijkheden meer voor jeugdige scholieren om te leren werken in teamverband;
Om van een 8 tot 5 mentaliteit af te komen;
Om zelfvertrouwen te krijgen;
Om leiding te ervaren en zelf leiding te nemen, indien nodig;
Ook geen mogelijkheden meer om extra diploma's te halen en na hun diensttijd een veel betere kans op de arbeidsmarkt te krijgen.

Ook nationaal zal de bv Nederland vaker nee krijgen op aanvragen voor steun,
Steun bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid;
Aan het opsporen of voorkomen van misdrijven;
Het onschadelijk maken van explosieven;
Het blussen van duinbranden en het versterken van dijken;
Het evacueren van burgers in nood;
Het leveren van een noodhospitaal of het onderscheppen van "vreemde" vliegtuigen boven Nederland.

De Rijksbegroting bedraagt ca. € 270 miljard. Daarvan gaat slechts 2,8 % naar Defensie:
ca. € 7,5 miljard. Omdat er nu eenmaal veel mensen nodig zijn voor een krijgsmacht, gaat ca. €4,5 miljard (60 % ) naar salarissen en pensioenen (waarvan ca. 30 % terug gaat naar Financiën door loonbelasting, sociale lasten enz.). Ongeveer € 2 miljard is nodig voor exploitatie: opleiden en trainen, schieten, vliegen, rijden, varen en onderhoud aan materieel (daarvan vloeit de BTW weer terug in de Staatskas).
Wat blijft is investeringen. Voor een moderne krijgsmacht zou dat 20 % of meer moeten zijn. Maar dat kan dus maar 15 % zijn.

U begrijpt dat verder bezuinigen desastreuze gevolgen zal hebben. Hoewel we natuurlijk niet zeker zijn of het huidige kabinet na verrassende wendingen in hun plannen niet alsnog naar Defensie zullen kijken.